nn
Boeddhisme & Psychologie
een pagina gewijd aan de raakvlakken tussen boeddhisme, psychologie en filosofie

Modellen en metaforen
Robert Keurntjes, versie 9 augustus 2021,
leestijd ca 7 minuten.

Eén van de bijzondere dingen van mensen is dat we in staat zijn om betekenis over te dragen. We kunnen verhalen vertellen die voor een ander begrijpbaar zijn en zelfs vergelijkbare gevoelens op kunnen roepen. We kunnen onze verwondering in vragen uitdrukken waar we het vervolgens gezamenlijk over kunnen hebben. Taal biedt ons een enorme mogelijkheid en tegelijkertijd is taal beperkt. Als we verschijnselen willen benoemen moeten we selecties maken. Als we het over vogels hebben dan begrijpen we dat daar vleugels bij horen, maar als we het willen hebben over hoe vogels vliegen moeten we de vleugels apart benoemen.
Willen we het hebben over de menselijke geest en de menselijke ervaring dan kunnen we de werking ervan proberen te vatten in (verklarings)modellen en als we een bepaalde ervaring (inclusief de gevoelsmatige beleving) willen overbrengen kunnen we verhalen vertellen en metaforen gebruiken die tot de verbeelding spreken.
Om boeddhistisch psychologische inzichten of methodes over te brengen wordt zowel gebruik gemaakt van modellen als metaforen. Zowel bij modellen als metaforen kan er verwarring ontstaan doordat we niet altijd goed begrijpen wat de status ervan is. Eén van de dingen die daar een rol bij speelt is dat wij een beperkte opvatting hebben over wat echt is, of over wat 'bestaat'. Modellen begrijpen we onterecht als beschrijvingen van de werkelijkheid en metaforen missen we soms omdat we ons afvragen of de elementen die er in gebruikt worden - zoals bijvoorbeeld boeddha's of andere werelden - wel echt bestaan. Als we de aard van theorieŽn en verhalen als modellen en metaforen begrijpen kunnen we er veel meer mee.

Modellen
Dankzij wetenschapsfilosofen zoals Karl Popper en Thomas Kuhn weten we dat wetenschappelijke theorieŽn geen beschrijving van de werkelijkheid zijn maar dat het modellen zijn om te verklaren en voorspellen. De waarde van een theorie is dan ook niet gelegen in zijn waarheidsgehalte maar in het verklarend en voorspellend vermogen. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de Newtoniaanse natuurkunde. Einstein kwam tot de ontdekking dat de natuurwetten zoals die door Newton opgesteld zijn niet geschikt zijn om verschijnselen in de micro-kosmos en in de macro-kosmos te verklaren. Op het niveau van het allerkleinste en het allergrootste spelen andere regelmatigheden dan op het niveau van onze leefwereld. De newtoniaanse natuurwetten zijn prima om vliegtuigen te ontwerpen en te berekenen hoeveel gewicht een brug kan dragen dus leren we ze nog steeds op school. Ze zijn echter niet 'waar' in de zin dat ze algemeen geldig zijn. Willen we de effecten van de zwaartekracht berekenen in de ruimte of de massa van een object dat beweegt met de snelheid van het licht, dan schiet onze gewone natuurkunde tekort. Je kunt met de newtoniaanse natuurkunde heel veel verklaren en voorspellen maar niet alles. Voor onze gebruikelijke leefwereld is het een prima model maar geen 'absolute waarheid'. Of dat het 'waar' is is dus van ondergeschikt belang aan het vermogen om te verklaren en voorspellen.
Dat is ook niet zo vreemd als je bedenkt wat wij doen om tot een verklaring ergens van te komen. We maken een selectie van verschijnselen die we willen begrijpen en proberen onderscheidingen aan te brengen in aspecten en processen waarvan we vermoeden dat ze een belangrijke rol spelen. De werkelijkheid is te complex om in haar geheel te beschrijven, dus we kunnen ook niet anders.
Om te begrijpen welke keuze er in de selectie gemaakt is moeten we proberen te doorgronden wat men probeert te verklaren of welke vragen er aan ten grondslag ligt. Hetzelfde geldt ook als er in verklaringen of verhalen sprake is van niet waarneembare fenomenen zoals goden, kabouters of de kerstman. Waarom worden die elementen gebruikt? Wil men er iets mee verklaren of een effect mee bereiken?

Een theorie - wetenschappelijk, filosofisch of religieus - is een poging om een talige verklaring te geven van wat we in onze ervaring waarnemen. We ordenen bepaalde verschijnselen - die we onderscheiden van andere verschijnselen - in een poging om te begrijpen wat er gebeurt en hoe we ermee om kunnen gaan zodat we er beter van worden. Het is een verklaringsmodel en geen (absoluut geldende) beschrijving van de werkelijkheid.
De keuze die gemaakt wordt in de onderscheidingen is afhankelijk van onze overtuigingen en van de vragen waar we een antwoord op zoeken. Een model is per definitie een simplificatie van het origineel. Onderscheidingen zijn altijd selectief. De werkelijkheid is veel complexer dan we in een enkel model kunnen vatten. Dat is dan ook een reden om met theoretische modellen te werken - om de enorme complexiteit van de wereld waarin we leven hanteerbaar te maken voor ons denken en overwogen keuzes te maken.
Een theorie of een verklaringsmodel is daarom ook niet geschikt om te bevragen op 'waarheid'. Een verklaringsmodel is niet waar of onwaar, het is meer of minder adequaat voor hetgeen waarvoor je het model maakt. Willen we een model begrijpen dan moeten we ons afvragen wat er mee beoogt wordt - welke vraag of vragen liggen er aan ten grondslag, wat probeert men te verklaren en waar wil men het voor gebruiken (wat wil men voorspellen)?
Boeddhistische en wetenschappelijke verklaringsmodellen sluiten elkaar dan ook niet uit. Ze kunnen elkaar aanvullen, bevragen en versterken.

Metaforen
Verhalen worden verteld om tot de verbeelding te spreken. Een verhaal roept via de verbeelding een beleving op. Religieuze en/of spirituele verhalen en symbolen roepen niet zomaar een beleving op maar begeleiden de geest naar een andere werkelijkheid. Dat kan gaan om een andere gemoedstoestand of een andere waardering van een verschijnsel. Voorbeelden die de geest naar een andere beleving of gemoedstoestand moeten voeren kunnen we dan terecht 'metafoor' noemen - een transportmiddel. 'Metafoor' kunnen we dus gebruiken voor voorbeelden die een een betekenis moeten overdragen maar ook voor voorbeelden en symbolen die de geest kunnen vervoeren naar een andere werkelijkheid. In beide gevallen geldt dat je ze niet letterlijk moet nemen maar overdrachtelijk.
De andere werkelijkheid waar een metafoor je naar kan vervoeren is geen andere planeet maar is een ervaring vanuit een andere geestestoestand. De beschrijving is dus geen letterlijke beschrijving van hoe de omgeving er uit ziet in die werkelijkheid maar een beschrijving die die gemoedstoestand op zou kunnen roepen. Spreekt men in boeddhisme bijvoorbeeld over 'bestaanswerelden' of over 'boeddha's' dan hoeven we dat niet letterlijk te nemen, ze zijn veel beter te begrijpen als metaforen. Ze moeten een bepaalde associatie en beleving oproepen. Daarvoor hebben we vaak wel meer informatie nodig dan enkel het beeld. Als je het beeld, en waar het symbool voor staat, wat meer begrijpt (of liever geÔntegreerd hebt) kan je het op in je in laten werken om een bepaalde beleving of gemoedstoestand op te roepen.
Wij zijn het niet meer gewend om de (letterlijke) werkelijkheid van metaforen te begrijpen. Een hulpmiddel kan zijn om je niet af te vragen waar een metafoor over gaat maar wat het oproept of hoe het bij je overkomt. Met in onze cultuur ingebedde beelden gaat dat makkelijker dan beelden uit een cultuur die verder van ons af staat.

Echt en werkelijk
Of iets echt is - echt bestaat - en of iets werkelijk is beschouwen wij als de vraag of iets fysiek bestaat. Als wij zeggen dat Sinterklaas niet bestaat dan bedoelen we dat hij niet bestaat als een levende man. 'Werkelijk' kun je ook letterlijk begrijpen als iets dat effect heeft in ons leven. Als je in Nederland een vergadering probeert te plannen op 5 december in de avond zul je al vlug merken dat Sinterklaas nog altijd invloed heeft op ons leven - en in die zin is Sinterklaas werkelijk. Sinterklaas bestaat, maar het is nog niet zo gemakkelijk om te zeggen hoe hij bestaat. Bestaat hij louter als fictief figuur, of heeft hij een rijkere betekenis? Is het enkel een verwijzing naar een feest, of gaat het ook om vrijgevigheid? Vieren we nog steeds de vrijgevigheid waar Sinterklaas een personificatie van is? Of vieren we de oerdegelijke Nederlandse huiselijke gezelligheid? Wie of wat Sinterklaas is is een leuke vraag, gegeven is dat 'hij' werkelijk bestaat, in de zin dat 'hij' effect heeft op ons leven. De vraag wat Sinterklaas doet, of welk effect hij heeft, in onze werkelijkheid is in zekere zin dan ook veel interessanter en informatiever.

Kortom, modellen zijn gereedschappen om te verklaren en te voorspellen (of te kunnen beÔnvloeden), metaforen zijn uitdrukkingen of voorbeelden die tot de verbeelding spreken om langs die weg een appel te doen op onze beleving.

Dit is een inleidende tekst geschreven voor de website boeddhisme-en-psychologie.nl.

Robert Keurntjes